2012

2012.05 Aantekeningen

 

Jan van Til

 

 

Onderstaande tekstfragmenten zijn veelal afkomstig uit reacties op LinkedIn, iBestuur, Via Nova Architectura, BlogIT, andere blogs en e-mail die ik verstuurde in de periode oktober t/m december 2012. De volgorde van de fragmenten is chronologisch.

 

01. Vrijheidsgevende beperkingen vormen Space tot Room.

 

02. Twitteren etc. etc. bevestigt onverbloemd allerhande onderlinge afhankelijkheden. Onderlinge afhankelijkheden die er altijd al waren – inclusief hun (ont)sporingen, maar die ‘vroeger’ zoveel gemakkelijker buiten beeld en daarmee buiten schot konden worden gehouden. Die oude wereld is al (grotendeels) verdwenen en komt niet meer terug.

Wie dat nog niet onder ogen wil/kan zien… doet wellicht verwoede pogingen die wereld in stand te houden en/of (zoveel als mogelijk) te herstellen. Tevergeefs, want “[i]n times of drastic change, learners inherit the world, while the learned remain beautifully equipped to deal with a world that no longer exists”, zei Eric Hoffer al in 1973.

 

03. In onze bedrijven/instellingen worden hulpmiddelen als pennen en potloden intensief toegepast. Hoewel onmisbaar… is het in onze bedrijven/instellingen nooit gaan draaien om dergelijke hulpmiddelen. Gelukkig maar.

Hulpmiddelen als smartphone, iPad, PC enzovoort – kortweg ICT, zijn vergelijkbaar met de fancy pennen waarmee je d.m.v. knopjes in verschillende kleuren kunt schrijven. Maar het blijft een hulpmiddel. Toch zijn we om de één of andere reden en masse de weg wat kwijt geraakt: het is toch veel te veel om de ICT – om het hulpmiddel zelf gaan draaien. Dat levert veel verwarring op. Jammer.

Waar het om draait (en waar het dus ook zou moeten omdraaien) is niet het hulpmiddel, maar om betekenisvolle informatie in handen van mensen om tot effectieve/efficiënte acties te kunnen komen.

Informatie is onderdeel van “je primaire business”; de hulpmiddelen niet. Informatiehuishouding hoort thuis in het “directie- of MT-overleg”; ICT hoort thuis op andere tafels. Voor CIO’s zou het primair en stelselmatig moeten draaien om betekenisvolle informatie in handen van mensen – dag in dag uit. Dan wordt de CIO een blijvertje.

 

04. Perhaps… perhaps the human mind is only a tool. A great tool, I agree. But, nevertheless, just a tool. Perhaps. And tools are always brought out when one needs them… and put away as soon as one finishes using them.

So why don’t we use our minds when appropriate and go out of our minds whenever possible?

Being out of your mind… being beyond your thinking… entering the realm of only being… letting go all your becomings… be-coming being again… getting out-of-formation… be-coming fit to connect to and get touched by Ahbwoon – the absolute and only being….

And then… being to be-come en-light-ened… en-light-ened to new be-gettings… be-gettings to (there it is…) minded be-comings… be-comings in-formation… be-comings to have… for human-beings to be-have with….

And next… (after all we’re human beings; not human havings)… to let it all (i.e. your becomings) go again… ‘closing’ the spiral… out-of-formation… beget en-light-ened again… in-formation… over and over again….

Perhaps….

One inevitably has to get out of his/her mind if one wants to get into it in whole fresh ways.

Sorry for being… being out of my mind.

 

05. Thank you for your co-responding en-feeling-ness. The breath-taking “vargo-tube” you point at, slows down and quiets thinking (en-sanes one to let go)… closes down the mind.

When being… i.e. being out-of-your-mind… indeed, “any burden that weighs you down”… is out-formation… be-gets for-given. Only being is. Being immersed in only being-ness… to Ahbwoon. Powering up for new be-comings… havings to be-have with. Not to cling onto… No… But to let go….

 

06. When I’m out-of-my-mind… I en-sane You as You are. Otherwise I learn to know You as I am.

 

07. Vertrokken Onbekend Waarheen: Schrijnende blik op de werkelijkheid! Belangrijk! Ik kan me voorstellen dat het hier ‘alleen maar’ om het spreekwoordelijke topje van ijsberg gaat. Dank je wel voor het delen ervan!

Waar mensen zich steeds minder op elkaar betrokken weten – de onderlinge betrekkingen aan wederzijdsheid inboeten… Waar het leven steeds meer vanuit het ik/zelf geleefd en beleefd wordt… Waar het denken van veel mensen (ongemerkt) steeds meer verloopt volgens het adagium “wat kan ik met je doen” (i.p.v. wat kan ik voor je doen)… Daar sterven wederzijdse betrekkingen meer en meer stille dood… Daar vallen gemeenschappen en gemeenschappelijkheid alsmaar verder uit elkaar. Daar ontstaan als vanzelf tal van alleenlevingen-bij-elkaar waarin hulp raakt uitgehold en nog slechts bestaat als echo uit werkelijkheid van weleer. Mogelijk… mogelijk moeten we dan uiteindelijk in de dierenwereld op zoek naar rudimentair menselijke trekjes…

“Het probleem echt aanpakken vergt integrale aanpak […]”. Is dat waar? Klinkt koud. Klinkt (nogal) bestuurlijk. Is dat genoeg? Wat als die “integrale aanpak” niet gedreven wordt door echte betrokkenheid? Door levende onderlinge verhoudingen? Hoeveel generaties zijn er dan nog nodig voordat we ook de “pijn” van nu niet meer voelen?

Ondertussen blijft het belangrijk – ja, wordt het steeds belangrijker dit soort verwordingen (waar begint perversie?) aan de orde te stellen – “[w]aarbij we”, inderdaad, “soms ook [ruiterlijk moeten] toegeven dat niet alles goed zal komen.”

Nogmaals dank voor delen van “pijn”.

 

08. Worden we gelukkig van een efficiënt leven in de stad? Kijk eens een tijdlang naar een boom. Neem de tijd om je te laten be-indrukken. Die boom staat daar gewoon te zijn. Stevig in de grond staat ie daar gewoon te zijn; de gewoonste zaak van de wereld. Een boom zal zich nooit ergens op voor laten staan; zal nooit dik of patserig doen. Hij laat z’n blad vallen – en het is goed. Komt weer in het blad – en het is goed. Levert schaduw – en het is goed. Ruist en buigt in de wind – en het is goed. Valt om als het-um te gortig wordt – en het is goed. Heeft geen idee van tijd – het is altijd nu – en het is goed. Mocht het efficiënt zijn – het is goed. Is het anders – het is goed. Zo gelukkig als een boom kunnen wij, mensen, naar mijn idee niet (gemakkelijk) worden….

Wij mensen halen ons van alles in ons hoofd. En vergeten vervolgens dat er meer is dan dat hoofd. Ik denk dus ik ben – zei iemand eens. Lang geleden. En de echo’s daarvan lijken zich op de één of andere manier tot zwaar gehavende genen aaneen te hebben geregen.

Mensen zijn misschien wel… vergaand ontworteld geraakt. We lijken onszelf te hebben verbannen naar ons hoofd. Bedankt René. Mensen doen – denkendeweg – tegenwoordig zo’n beetje alles waarvan zelfs een doorgewinterde stadsboom niet eens wil dromen: dat zou onmiddellijk op een nachtmerrie uitlopen! Over geluk gesproken. Of efficiëntie.

 

09. Oplossen? Veranderen? Wil je dan niet veel te snel? Zou je niet eerst eens de serieuze moeite moeten/willen nemen om over de randen van oud en diep ingesleten karrensporen heen te kijken? Om te zien of er wellicht iets schort aan de manier waarop we de-‘dingen’-om-ons-heen vandaag de dag benaderen? Problematiseren – zeg ook maar.

“Efficiënt” is (naar mijn idee) een hoofd-term die zo breed ingang gevonden heeft dat-ie-ut tot hoofdterm heeft weten te schoppen en tot in de haarvaten van ons bestaan annex samenleving is doorgedrongen. We zijn er door en door mee vertrouwd; kregen het met paplepel ingegoten. Efficiency spreekt vanzelf. Toch? Velen van ons worden vandaag de dag gewoon afgericht met ‘ingebouwde’ drang (drift?) naar efficiency.

En zo… zo komt het dan op een gegeven moment – al denk-dravend in ons op, het wordt dan ‘logisch’, om verband te zoeken en daadwerkelijk te leggen tussen efficiency en geluk. Tja, waarom ook niet? Voor het denken is eigenlijk niets te dol om haar tanden in te zetten. Het denken grijpt automatisch naar alles waaraan het ook maar enigszins zoiets als een ‘lusje’ meent te ontwaren en scheurt het gegrepene vervolgens in stukken uiteen. De wat meer wetenschappelijke term ervoor is, trouwens, ‘analyse’.

Minpuntje is dat het denken eenvoudigweg niet op het idee komt dat er voorbij-het-denken ook nog een wereld te beleven valt. Een voor het denken volkomen onverteerbare gedachte; het zou haar heersende positie immers op losse schroeven (kunnen) zetten. Vloeken in Cartesiaanse kerk – zeg ook maar. Een wereld buiten (be)grip van het denken? Nee, daar moet het denken niet aan denken.

Daar komt dan toch weer (het was natuurlijk maar een voorbeeld) de boom om het hoekje kijken. Zie daarvoor evt. mijn vorige bijdrage. Nee, het is niet de bedoeling een boom te worden, maar te ervaren wat het is als een boom te zijn. Het diepe geluk te ervaren van (bijvoorbeeld) een boom. Een geluk dat prima zonder denken kan. Een geluk, ook, dat geen tegendeel kent. Wie een boom een ‘ongelukkig’ voorbeeld vindt, kan natuurlijk ook terugdenken aan het moment waarop hij/zij voor het eerst/opnieuw moeder/vader werd: het verstand/denken staat stil; diep geluk is. (Is het niet ‘uitgerekend’ het denken dat dat geluk na verloop van tijd weer ter discussie stelt?)

Worden we gelukkig van een efficiënt leven in de stad? Alleen doordravend denken kan zoiets ‘serieus’ te berde brengen: efficiënt geluk. Gelukkig lijk je dat zelf ook in te zien; je besluit je column met: “Dan leef ik liever wat minder efficiënt.”

Trouwens… Wat moeten we aan met efficiency in een tijd waarin zo zo’n beetje alles tegelijk in beweging is… waarin oude vormen aan het verdwijnen zijn… en waarin nieuwe en kwalitatief andere vormen aan het ontstaan zijn? Het is in alle opzichten een uiterst boeiende tijd waarin efficiency genoemde ontwikkelingen/vooruitgang (geluk?) alleen maar tegenwerkt.

 

10. Intrigerend: “Weg met het gemeentehuis (ministerie, provinciehuis)!” Op die manier neemt “de ambtenaar” zijn vaste intrek in de werkplaats van “de burgerij”. Ivoren torens van ambtenaren-samenlevingen worden binnenste-buiten getrokken en lopen leeg in maatschappij. Aldus verstrooid geraken zij allen daad-werkelijk tot dienend doel. Innig contact doet overal samen-leven, samen-werken. Het lukt niet langer vanuit glazen bol goede bedoelingen over maatschappij te debiteren. Met de voeten in innig contact met maatschappelijke modder… komt wetenschap van realiteit politiek ontvreemdende impulsen geven.

 

11. Enkele gedachten bij de door Wolters opgevoerde nadelen.

De vraag “waar is het gemeentelijk archief” is een vraag waar niet alleen elke ambtenaar mee zit, maar ook elke burger. Beide groepen (rollen) ‘moeten’ vanuit verschillende motieven/gronden verschillende dingen van/met dat ene gemeentelijke archief. En “burger” is natuurlijk een heel andere rol dan “ambtenaar”. Voordeel van deze (systeem)benadering is dat een ambtenaar (die tegelijk ook altijd burger is) in zijn hoedanigheid als burger ook heel gewoon bij dat gemeentelijk archief terecht kan. Er zijn immers tal van omstandigheden waarin een ambtenaar slechts als burger telt.

De vraag “wie kan ik waar vinden” hebben burgers eigenlijk allang opgelost. Burgers lopen al jaren overal in de netwerk- danwel informatiemaatschappij rond. En ze vinden elkaar – daar weet de ambtenaar (in zijn hoedanigheid als burger) alles van.

De vraag “waar kan ik mijn … ophalen” is in hedendaagse maatschappij ook allang opgelost. Bestellingen gaan via Internet. Producten/diensten worden (op afspraak) aan de deur geleverd of je haalt ze op bij een Service Point enzovoort. Ook daar weet de ambtenaar (in zijn hoedanigheid als burger) alles van.

 

12. Ah…, Emovere heb je gevonden! Mooi. Als je nog eens wat tijd (over) hebt: Information-Roundabout en Informatiekundig bekeken en zijn d’r ook nog :) Op de beide laatste sites zijn uitgebreide mogelijkheden tot het leveren van commentaar – er wordt niet of nauwelijks serieus gebruik van gemaakt. Ook op emovere.nl kunnen mensen – als ze willen (willen dus) reageren – jij vond het e-mailadres toch ook?

Prachtig dat je (in)ziet dat “informatie altijd van een context voorzien [moet] worden”. Dat vind je op Information-Roundabout allemaal mooi op een rijtje gezet.

“[W]aarom maakt onze CIO geen deel uit van de boardroom?” Tja, daar schreef ik laatst nog iets over…. Kijk maar op iBestuur: Hoe krijg ik ICT van de agenda af?.

Dank je wel voor het meesturen van Maes’ 9-vlak. Dat scheelt inderdaad zoekwerk. Een leuk praatmodel – bijv. wie vult de middelste kolom nu eigenlijk in? De IT? Nee, die is alleen maar goed in techniek. De business? Nee, die heeft geen idee; denkt dat de IT het wel doet (en de IT denkt dat ook, maar bakt er vanwege haar ziekelijk dominante voorkeur voor techniek niks van). Je kunt, als je wilt, eens kijken wat Pieter Wisse erover schreef: Creatief met negenvlak.

“Ha… en een pijler van de ICT strategie is een beter alignment met de business.” Tja, maar wat is dan het voorwerp van die zgn. alignment? Daarover spreekt de ICT zich niet uit. En de business ook niet. Wie appels en peren wil alignen moet het toch op z’n minst op het niveau van fruit zoeken. Wat telt in ons geval bijv. als fruit? Naar mijn idee is dat zoiets als informatie – situationeel betekenisvolle informatie om precieser te zijn. Daaraan zouden beide partijen (business en ICT) zonder problemen moeten willen meewerken. Toch? En ja, in zoiets als een zoveelste ‘IT-feestje’ heeft de business uiteraard geen trek: “hoe ze dat voor elkaar willen krijgen als de business niet meewerkt” hoeft voor jou geen vraag meer te zijn!

Op Emovere.nl vind je een boekbespreking van “Information Orientation; The Link to Business Performance”. De auteurs hanteren naar mijn idee een heel verfrissende en ook samenhangende kijk op informatiemanagement. Probeer dat boek maar eens in handen te krijgen; een aanrader!

 

13. Wow! Indeed, a great, warm and living metaphor: “You can buy a house, but you can’t buy a home.” One can very easily en-feel its truth-ness. Apart-ness and connected-ness beautifully and living-ly combined – perhaps I should say: intertwined – in one and the same ‘swing’.

I can see participants that ask for homes; in need of home-ness. I can see participants that build houses. I can see that the participants that professionally build houses don’t know about the way the quality of home-ness situationally comes about in the wholeness of being of those that ‘simply’ ask for homes and home-ness. I can see that the participants that ask for homes and home-ness often have no clue that the professional that builds houses cannot really help them to solve their real need for home/home-ness in their wholeness of being. They have no clue that those professionals are, in fact, ‘only’ good at building (great) houses. While they’re asking for a living enterprise… they get stuck in an (almost) dead organisation – well equipped with all the tools one could possibly want. They have no clue whatsoever that the builder (almost) only looks at de black lines of the floor plan, while it’s the white-between-the-lines that really ‘matter’s. Perhaps… perhaps it’s our mind-less occupation with things that heavily overshadow the relationships between them that ‘matter’.

 

14. Waarom doen we het nou niet? Wat vindt je ‘erger’, het maken van een “error of commission” (eoc) of het maken van een “error of omission” (eoo)? Met dank aan Ackoff. Wie eoc’s erger vindt, zal in geval van (een beetje) twijfel/risico actie nalaten en al ‘doende’ gemakkelijk eoo’s begaan. Eoo’s vallen een stuk minder op; er is immers niets (aanwijsbaar) fout gedaan. Toch? Wie eoc’s erger vindt, houdt de boel ook liever maar wat bij het oude en vertrouwde (in oud en diep ingesleten karrenspoor) – met nieuwe dingen loop je immers geheid risico. Toch? Wie eerst en vooral met de paplepel ingegoten heeft gekregen dat fouten slecht, dom enzovoort zijn… schadelijk voor carrière enzo zijn… je er (keihard) op afgerekend wordt… maakt liever eoo’s dan eoc’s. En daarom… “[d]aarom doen we het nou niet”… ben ik maar zo bang.

 

15. Tja, er zijn nu eenmaal mEnsen en mensEn. Wanneer je dat verschil goed ziet, krijg je als vanzelf behoefte aan meerdere, bijpassende eindtoetsen. Per slot van rekening wil je voor ieder mEns het beste. Leerkrachten zien dat verschil als geen ander en oordelen met gemak welke leerling welke eindtoets moet doen. Na deze eerste eerste hok-deling bepaalt de juiste eindtoets vervolgens in welk hoekje van dat hokje je zit. Een hele vooruitgang.

 

16. Vandaag de dag komen leerlingen met TopZwaarWegende dossiers van de basisschool af. Ze gaan er welhaast letterlijk onder gebukt – en dat bukken begint al vrij vroeg op de basisschool. Zo aan het einde van de basisschool is de papierberg veelal zo dik-omvattend dat ‘ze’ in het voortgezet onderwijs geen benul meer hebben/krijgen van de leerling [1] die er achter zit (en geldt ditzelfde niet ook al voor het personeel op basisscholen?) Zonder de leerling ook maar gezien of gesproken te hebben… kan men op basis van het dossier rugzakjes aanvragen, complete handelingsplannen samenstellen en de toestand van het dossier (oeps de leerling) met tal van professionele hulporganisaties/instellingen ‘grondig’ doornemen. Tal van docenten laten zich deze volkomen uit de hand gelopen rapportage-flauwekul annex frustratie gewillig aanleunen. En bij dat alles… wordt een tweede eindtoets al snel… logisch. Toch?

Noot:

[1] Een wat? Een leerling – je weet zo’n levend wezen met warm kloppend hart waar het van begin tot eind om behoort te draaien en waar we eerst en vooral gewoon van zouden moeten houden.

 

17. Dank je wel voor je beeldende presentatie. Zo mooi en eenvoudig neergezet. Mij zette die presentatie aan tot een schrijfsel: Recept voor soepel draaiend landschap. Nee, niet nieuw – in tegendeel; ik schreef er al wel vaker over. De ‘pest’ met zo’n presentatie is… met zo’n tekstje is (vrees ik)… dat zolang mensen zich nog zo geweldig vermaken in hun oude en vertrouwde tredmolens… en je ze eigenlijk alleen maar “harder, harder, nog harder!” hoort roepen… ze er niet toe zullen komen vaart te minderen om er eens serieus naar te kijken. Om te kijken naar die Nieuwe en Verrassend Mooie Wereld die erachter zit. Harder! Nog harder!

Hoe steken we een soort van spaak in hun tredmolen? Waar zit de noodrem? Waar zitten de raderen die schreeuwen om zand? Hoe trekken we – iets minder rigoureus – hun bezielde aandacht? Hoe voorzien we ze van een motief waar ze niet omheen kunnen/willen? Ik weet het – het zijn de bekende vragen.

 

18. Ja, dat zou mooi zijn: “[een top d]ie de volle omvang van het vraagstuk beheerst.” Zie voor de citaten evt. het artikel op iBestuur: Van dossier centraal naar klant centraal. Alleen… wat is nu de crux van wat jij ‘gewoon’ maar even losjes samenvat als “het vraagstuk”? Wat is ten diepste nodig voor “het dagelijks creëren van […] waarde”?

Naar mijn idee is die crux zo oud als de wereld: elkaar begrijpen tot samenwerkend leven en/of samenlevend werken. Nu digitalisering torenhoge vlucht nam en nog altijd neemt, moet eindelijk eens Grondig bekeken worden hoe “elkaar begrijpen” in het licht van die digitalisering vruchtbaar vorm dient te krijgen. Een dergelijke activiteit is, voor zover ik weet, tot op de dag van vandaag nog nooit breed uitgevoerd.

Techniek (digitalisering) is nog altijd dominant; we lopen met z’n allen maar al te graag achter nieuwe (versies van) hebbedingetjes aan. Nog altijd. Nog altijd hebben we niet of nauwelijks benul ervan dat het niet behoort te draaien om de hebbedingetjes, maar om “elkaar begrijpen” (waarbij die hebbedingetjes natuurlijk heel behulpzaam kunnen zijn).

“[H]et vraagstuk” kent meerdere aspecten. Één ervan is het informatische aspect. Wie een ander wil kunnen begrijpen, moet over signalen (informatie) beschikken van heldere betekenis. Betekenis van informatie is door-en-door situationeel. Geen enkel stukje informatie staat op zichzelf en kan derhalve an sich worden begrepen. Additioneel is altijd situationele informatie nodig om tot heldere, situationele (dus genuanceerde) betekenis annex bedoeld begrip te kunnen komen.

Grootste probleem met hedendaagse digitalisering is dat niemand in het digitale werkveld inziet hoe betekenis-en-zo-door-naar-bedoeld-begrip-en-zo-door-naar-concreet-gedrag tot stand komt en wat de consequenties daarvan onontkoombaar moeten zijn voor de manier waarop digitale hulpmiddelen (met name software) worden ontworpen en gebouwd. En dat staat het “elkaar begrijpen tot samenwerkend leven en/of samenlevend werken” meer en meer in de weg. Mooie hebbedingetjes leiden de aandacht van dat probleem nog altijd ‘prima’ af, maar helpen doen ze niet wezenlijk. In die situatie komt pas verbetering wanneer software stelselmatig gebouwd wordt op een vaste ondergrond van informatie van situationeel heldere betekenis met het oog op “elkaar begrijpen”.

Het gaat er naar mijn idee niet om dat het dossier centraal staat… of de klant, maar dat hetgeen waar het ons werkelijk om draait (weer) centraal komt te staan: “elkaar begrijpen tot samenwerkend leven en/of samenlevend werken”. Van daaruit kun je in (digitale) informatiemaatschappij vruchtbaar, duurzaam enzovoort gaan (op)bouwen.

Dus, ja, graag mee eens: dat “vereist […] een forse investering in goede professionals. Die de brug kunnen slaan tussen [informatiebehoefte] vanuit de business, [informatiekunde] en [informatica].”

 

19. Reagerend op: “de onmacht van ICT om [informatie] zó te organiseren, dat er alleen nog maar tevreden klanten zijn.” Zie voor de citaten evt. het artikel op iBestuur: Zijn ingenieurs betere opdrachtgevers?

Elk probleem vraagt om specifiek toegespitste organisatie van de erop betrokken informatie. Met een dergelijke (onbewuste) denkwijze begon ICT haar werkzaamheden – nu al weer een decennium of wat terug. En volgens het bijpassende adagium ‘voor elk probleem een apart systeem’ bouwde en bouwt (!) ICT nog altijd haar systemen. Voor strikt geïsoleerde systemen werkt dat natuurlijk prima. Alleen… die strikte isolatie bestaat allang niet meer. Al sinds jaar en dag worden tal van informatieverzamelingen – elk met een unieke, want op een specifiek probleem toegespitste, organisatie – met elkaar in verband gebracht. En dat botst. Onvermijdelijk. Want ook ogenschijnlijk gelijke informatie uit verschillende verzamelingen, is – als gevolg van de verschillende contexten waarin ze ‘zit’ – toch echt ànders! Anders qua betekenis.

In de begintijd van ICT waren die botsinkjes maar zo heel klein en waren de successen, de vooruitgang enzovoort met ICT zo enorm groot(s). Dat bracht consumenten in vervoering en gaf en geeft ICT nog altijd groot vertrouwen in haar eigen oude en vertrouwde denk- en werkwijze. De botsinkjes, ook toen ze (al) wat groter werden, bleven dan ook volkomen onopgemerkt.

Naarmate de wereld voller kwam en komt te staan met systemen en systeempjes conform heersend adagium, nemen botsinkjes in aantal explosief toe; ook groeien ze ook flink qua omvang. De onmacht van ICT blijkt eruit dat men de zwakte in het als zo succesvol ervaren adagium… domweg niet ziet en in feite ‘gewoon’ blind achter de botsingen aan blijft hollen; blijft puinruimen door er steeds maar weer nieuwe ‘oplossingen’ voor aan te dragen.

Dat inmiddels zo contraproductieve adagium verlamt vandaag de dag niet alleen ICT; het verlamt ook steeds grotere delen van onze informatievoorziening in informatie/netwerkmaatschappij. Nee, klopt, dat zien verreweg de meeste ingenieurs niet; dat zien bestuurders al helemaal niet.

Wat is dan de Zwakte in het adagium “voor elk probleem een apart systeem”? De zwakte zit-um in de organisatie van informatie. Die is (in harmonie met heersend adagium) door en door isolationistisch van aard, terwijl ‘de wereld’ feitelijk snakt naar systematische organisatie van informatie!

Maar, ja – wie ziet/gelooft dat nou?! Wie gaat daar nu mee aan de slag? De ingenieurs niet. De bestuurders al helemaal niet. Trouwens… met het heersend adagium valt ook ‘duurzaam’ veel meer geld te verdienen door ICT (lees vooral ook: te verspillen door klanten). De “onmacht van ICT om [informatie] zó te organiseren, dat er alleen nog maar tevreden klanten zijn” zal vermoedelijk nog wel even aanhouden.

Met systematische organisatie van informatie kunnen we veel van onze hedendaagse problemen structureel oplossen: eindeloos kopiëren van informatie, ernstige inconsistentie van informatie, time-to-market van systeemwijzigingen is bijzonder hoog, wendbaarheid van systemen laat ‘nogal’ te wensen over en de kosten van informatievoorziening zijn erg hoog.

 

20. Informatie-architectuur (Zie evt. Wat is moderne informatie-architectuur) zou moeten gaan over ordening van informatie tot situationeel heldere betekenis. M.a.w. een stelselmatige ordening van informatie waaruit iedereen – afhankelijk van zijn/haar specifieke situatie – de contextueel relevante combinaties kan putten. Wie tijd heeft/neemt: zie Information Roundabout.

Velen hebben de mond vol over zgn. Business-IT alignment… en hoe belangrijk die alignment is. Heeft iemand een idee hoe je daar concreet invulling aan geeft? Het is m.i. precies die stelselmatige ordening van informatie die de concrete invulling-tot-alignment tussen die beide vormt. Het is a.h.w. de scharnierpen die de beide scharnierbladen in één-en-dezelfde beweging zowel koppelt als ook ontkoppelt – tot optimale vrijheid voor elk van de scharnierbladen.

Zelf heb ik niet het idee dat informatie-architectuur (al) een stiefkindje is. Was het maar een stiefkindje! Dan zou je het bijvoorbeeld uit huis kunnen plaatsen of iets dergelijks. Nu heeft het zoveel meer weg van een ongeborene waarbij niemand zich bewust is van zwangerschap. En zo leidt en lijdt ongeborene een (weg)kwijnend bestaan terwijl het vanuit baarmoederlijke realiteit steeds meer mensen hoort roepen om zijn conceptie.

 

21. D, je reactie (Zie evt. Wat is moderne informatie-architectuur) geeft mij de indruk dat je de route richting informatie-architectuur al hebt bepaald. Je lijkt nog slechts een handvol ingrediënten te missen. Dat verbaast me. Zover ben ik in ieder geval nog niet.

Ik wil graag nog een stapje of wat terug. Om te voorkomen dat we opnieuw de muzikale plank volkomen misslaan. Wat is eigenlijk de crux van informatie-architectuur? Is er een crux? Dat zijn, lijkt mij, wezenlijke vragen.

Vroeger… heel vroeger al… gaven mensen elkaar allerhande tekens. Via articulatie. Via gesticulatie. Enzovoort. Rooksignalen. Muurschilderingen. Allerhande bouwsels. Teveel om op te noemen. Op die manier be-teken-den zij en leefden zij al heel gevarieerd samen.

En daaraan is vandaag geen sikkepit veranderd. Nog altijd be-teken-en wij elkaar tekens… op basis waarvan wij weer nieuwe tekens be-teken-en enzovoort, enzovoort. Wel zijn onze hulpmiddelen ‘wat’ geavanceerder dan vroeger. Wel draait de wereld ‘wat’ sneller dan vroeger. Alsmaar toenemende dynamiek enzo.

En dat zou ons er meer dan ooit toe moeten brengen ernst en haast te maken met zoiets als informatie-architectuur. Geruststellend daarbij is, zoals opgemerkt, dat aan ons tekenverkeer geen sikkepit is veranderd. Maar wat is dan de crux van dat onderlinge tekenverkeer? Hoe bedenken wij onze tekens? Hoe produceren be-teken-aars die tekens en waarom? Wat omvat optimale teken-productie zoal? Welke be-teken-is geven teken-waarnemers eraan en waarom? Wat doen teken-waarnemers vervolgens op basis van de door hen aan teken gegeven be-teken-is?

Tekens. Tekenverkeer. Betekenis. Gedrag. Gedrag in de vorm van (weer nieuwe) tekens; tekens dus. Tekenverkeer. Betekenis. Enzovoort. Enzovoort. Ronduit intrigerend daarbij is hoe een teken aan z’n be-teken-is komt. Anders gezegd: hoe komt be-teken-is van teken tot stand? Een cruciale en allesbepalende vraag voor een informatie-architect. Toch? Want het draait niet zozeer om het teken, maar veeleer om de be-teken-is die een teken-waarnemer eraan geeft – betekenis stuurt immers gedrag. En informatie (teken) is bedoeld om het gewenste gedrag te bewerkstelligen. Het draait m.a.w. om pragmatische interoperabiliteit. Pragmatische interoperabiliteit die leunt op semantische interoperabiliteit. Hoe komt be-teken-is van teken in een mens tot stand. Statisch? Dynamisch? Anders?

En als de antwoorden op dergelijke vragen zijn gevonden… als samenhang teken-betekenis-gedrag diep is begrepen… welke consequenties dienen informatie-architecten daar dan aan te verbinden m.b.t. de organisatie van informatie (tekens) met het oog op pragmatische interoperabiliteit?

Kun je wat aanvangen met deze grondwerk-stappen? Heb jij dergelijk stappen mogelijk al doorlopen? Van gefundeerde antwoorden voorzien? Denk je dat je ze straffeloos kunt overslaan? Nog anders?

 

22. S, dank je wel voor je uitvoerige reactie (Zie evt. Wat is moderne informatie-architectuur). In deze context zou ik ook kunnen zeggen: dank je wel voor je uitgebreide teken. Of, nog een stapje verder: lees-teken – hier als samenhangend geheel van tekens.

Mijn reactie nam je waar (1) en vatte je op als een teken (2). En daar bleef het niet bij. Je kwam – heel intrigerend! – op de één of andere manier tot interpretatie; tot betekenisgeving (3). En via betekenisgeving kwam ook je tot gedrag (4), waaronder het produceren en publiceren van jouw lees-teken.

Jouw lees-teken roept bij mij echter wel vraag-tekens op. Die vraag-tekens verpak ik in dit lees-teken; deze reactie die de reactie vormt op jouw lees-teken.

Zo was mijn lees-teken gericht aan D; niet aan jou. Mijn lees-teken bevatte gerichte vragen aan D; niet aan jou. Antwoord jij nu los van D? Namens D? Wellicht nog weer anders?

Je reactie geeft mij de indruk dat ook jij de route naar informatie-architectuur al(lang) hebt uitgestippeld/gevonden. Je reactie geeft mij bovendien de indruk dat jij eigenlijk niet eens ingrediënten mist; het grondwerk is wat jou betreft al jaren geleden volbracht en behoeft geenszins heroverweging.

Aan D stelde ik voor: “Ik wil graag nog een stapje of wat terug.” Van D weet ik het (nog) niet, maar jij lijkt dat volkomen overbodig te vinden. Jij lijkt geheel en al naar (eigen) tevredenheid je vaste uitgangspunt te hebben gekozen/gevonden in/met de keiharde feiten zoals de IT-wereld daar al sinds jaar en dag mee werkt. Vaste feiten in vaste relatie tot vaste zuilen. Zo denk jij, S, als ik je goed begrijp, hedendaagse en alsmaar toenemende dynamiek tot in lengte van jaren duurzaam in informatie-architectuur (op) te kunnen vangen.

Ik niet.

Want alsmaar toenemende dynamiek maakt alles wat nu nog vast is (of, beter: vast lijkt) uiteindelijk los, beweeglijk en variabel. Daar kunnen we dan maar beter direct (lees: nu al) rekening mee gaan houden. En daarom stelde ik D voor: “Ik wil graag nog een stapje of wat terug.” Het huiswerk overdoen dat we naar mijn idee “in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw” met de kennis van vandaag onvoldoende grondig hebben gedaan. Waarom zou mijn vorige bijdrage eigenlijk zo vol met vragen staan? “Je reactie is helder”, schreef je. Is dat echt zo? Die indruk heb ik niet gekregen.

Van jou, S, begrijp ik dat je geen huiswerk over wenst te doen; het is wat jou betreft immers al voldoende grondig gedaan. Met jou lijk ik dan ook geen kans te maken op een stapje terug. Dat is dan helder; dank; kost ook geen nodeloze energie.

Wel ben ik benieuwd wat D (zelf) ervan vindt; of hij bereid is “een stapje of wat terug” te doen om informatie-architectuur van een grondiger fundament te voorzien dan waar, naar ik begrijp, S al ruimschoots tevreden mee zegt te zijn. D?

 

23. Weet je, S, ik ben zo ver-schrik-ke-lijk blij met je reactie (Zie evt. Wat is moderne informatie-architectuur). Je bevestigt er Zo Luid en Zo Duidelijk al mijn in mijn vorige reactie uitgesproken vermoedens mee. Dank je wel! Verder praten heeft om die reden dan ook niet of nauwelijks zin. Dat zou je reinste energieverspilling zijn – zoals ik je in mijn vorige bericht ook al aangaf.

 

24. M, je reactie op Wat is moderne informatie-architectuur klinkt als… de roep om zoiets als een informatierotonde. Ken je (bijvoorbeeld) het (oude) Hinge Pin Principle? Kijk gerust ook verder rond op Information Roundabout.

 

25. Ook zonder zelf het Landelijk Architectuur Congres (LAC 2012) bij te wonen, kun je vandaag de dag (via social media) aardig bijblijven met hetgeen er zoal de revue passeert. Hieronder een paar, wat mij betreft, bijzondere tweets – opgevangen op 28 november 2012; tweets die, afgelezen aan de retweets, resoneerden bij een aantal LAC-deelnemers (Zie evt. mijn bijdrage Echte informatie-architectuur op de website van Via Nova Architectura).

Gegevens zijn na jarenlange IT inspanningen, na enorme technologische ontwikkelingen nog altijd niet – herhaal niet – op orde; het “publiek vindt dat het tijd is voor echte informatie-architectuur zodat gegevens op orde komen”. Oei, dat is een lastige voor IT. IT is immers, naar haar aard, een kei in data en datatransport via magnetische/elektrische/optische/… signalen, die hier en daar op uitvoerapparaten getoond worden. Als een soort technologische knieval heet zoiets ook wel een user-interface. Gelukkig kan de aandacht van zo’n wild idee – echte informatie-architectuur – gemakkelijk afgeleid worden, want “er is veel meer nodig dan informatiearchitectuur om het informatieprobleem op te lossen”. Ja, natuurlijk, dat is waar, het draait ook om kennis en vaardigheden van mensen en zonder technologie werkt het tegenwoordig ook niet meer enzovoort.

Maar het moet gezegd – en het is vandaag gezegd: “IT is designing itself to be bottleneck in business change”. En, vooruit, nog een dringende publiekswens: “businessarchitectuur moet worden opgeschoond van IT-denken”. Ferme taal. Gebezigd, nota bene, in het hol van de leeuw. Hoe vindt IT hierop antwoord? Daarvoor zal ze buiten haar eigen oude en vertrouwde lichtcirkel – lichtcirkel die de afgelopen decennia zoveel successen bracht – moeten treden om naar geheel nieuwsoortige verlichting te gaan zoeken. Naar nieuwe zingeving/inkadering van/met hetgeen momenteel is bereikt. En daar rijst een nieuwe moeilijkheid, want “[v]eel architecten schijnen zich geen raad te weten met zingevingsdiscussies”. Liever holt men voort in ingesleten karrensporen, aangedreven door o zo ruime eigen (internationale) ervaring met/bij van-alles-en-nog-wat en kennis waarvan de houdbaarheidsdatum wellicht is verstreken en derhalve nodig moet worden bekeken.

Helpen doet het niet, want, ik val in herhaling, onze gegevens zijn na jarenlange IT inspanningen, na enorme technologische ontwikkelingen nog altijd niet – herhaal niet – op orde.

Daarom, zo geeft het publiek “in de grote zaal” luid en duidelijk aan: informatie-architectuur. Echte informatie-architectuur. Echte dus. En die roep om echte informatie-architectuur lijkt me een uitstekend begin (begin, want, inderdaad, er is meer) voor heroverweging van oude waarden. Voor klanten draait het in alsmaar woeliger informatiemaatschappij van moment tot moment om situationeel betekenisvolle informatie. At their fingertips – wel te verstaan. Hoe breng je zo’n betekenis-stroom op gang en hoe houd je die stroom vervolgens duurzaam in stand.

Echte informatie-architectuur. Wow! Zodat “business change” haar gang kan gaan en IT uit de greep van zelf aangemeten “bottleneck” raakt. Een geslaagde dag – zo is mijn indruk.

 

26. Ja, waar blijven de grote, zo zichtbare, doorbraken? De eerstkomende doorbraak is, denk ik, een heel onzichtbare doorbraak. Niet sexy dus. Niet opzienbarend. Het is er één van verdergaande infrastructuralisering.

De wereld komt alsmaar voller te staan met applicaties die – in essentie – alleen nog maar informatie ‘verdubbelen’. En daar waar eigenlijk steeds maar weer en steeds maar meer in wezen dezelfde informatie in alleen nog maar wisselende samenstellingen en combinaties wordt aangeboden… kunnen we een serieuze doorbraak maken wanneer we die in wezen dezelfde informatie er eindelijk eens uit trekken… infrastructureel positioneren… systematisch organiseren en via ter zake doend informatieverkeer ter beschikking stellen.

Gewone mensen snappen niet dat zo’n doorbraak nodig is… snappen niet dat zo’n doorbraak er nog altijd niet is… zitten met smart op zo’n doorbraak te wachten. ICT zou zich, denk ik, rot schrikken van zo’n doorbraak… ICT vaart immers meer dan wel bij afwezigheid van dergelijke informatie-infrastructuur.

Toch komt die doorbraak er langzaam maar zeker aan; let maar op.

 

27. Als ik het met die data-pijplijn-van-nationaal-belang goed begrijp… zijn er vele en ook heel gevarieerde partijen die, ondanks al hun verschillende en, vooruit, ook nog eens variërende belangen annex informatiebehoeften… elkaar in wisselende verbanden en ook in meer en mindere mate wensen te begrijpen met het oog op gecoördineerde actie met betrekking tot door hun als gemeenschappelijk beschouwde krenten-in-de-pap.

De verschillen in individueel gedrag annex informatie moeten daarbij gegarandeerd apart blijven staan. Voor zover en voor zolang er overeenkomsten zijn is co-operatie mogelijk en wellicht zelfs gewenst.

Wellicht is het allang overwogen; anders kan zoiets als het scharnierpen-principe mogelijk weer iets verder helpen. Zie daarvoor evt. The Hinge Pin Principle op Information Roundabout.

 

28. Pluim! Een pareltje van een artikel: Taaie trajecten! Waar ik toch wel weer wat de kriebels van krijg is dat digitalisering en, zeg maar even, informatisering niet scherp genoeg worden onderscheiden en daardoor maar zo weer slordig op één hoop terechtkomen. Daar wint niemand ook maar iets mee; het is zelfs contra-productief – zo is mijn stellige indruk.

Er zijn digitaliseringstrajecten en er zijn informatiseringstrajecten. Digitaliseringstrajecten gaan over de hulpmiddelen. Niet meer. Niet minder. Informatiseringstrajecten gaan over de benodigde informatie als (productie)middel tot het bereiken van (weer) hogere doelen.

Informatiseringstrajecten zijn sterk richtinggevend voor – eventuele (!) – digitalisering (lees: ondersteuning met digitale hulpmiddelen). Interne/externe technische clubs realiseren – gericht en strak begeleid vanuit het informatiseringstraject – tijdens digitaliseringstrajecten de vereiste hulpmiddelen. Wat informatisering betreft: ja, klopt, daar moet je zèlf beregoed in zijn/worden. Welke informatie hebben we nodig? Hoe organiseren we die informatie tot robuuste en duurzaam bruikbare informatie-infrastructuur? Welke (vluchtiger) informatieverwerkingsfuncties bouwen we daar weer bovenop? Enzovoort. Dat kan niet worden overgelaten aan een leverancier van technische hulpmiddelen. En ja, inderdaad: “het hoogste managementgremium heeft zèlf de regie over dit [informatiserings]traject”. En daarbij moet men dan “investeren in de juiste competenties” van “eigen mensen”. Zeker!

Cruciaal is derhalve het informatiseringstraject – in nauwe samenhang met ontwikkelingen rond en binnen een organisatie; lees ook: enterprise. Dat traject geeft het meest stuurbaar en indringend zin (richting) aan digitaliseringstrajecten. Het draaide al die tijd al om “iOverheid”; de “eOverheid” krijg je er ‘gewoon’ bij. Door ongelukkige dominantie van ICT leven we vandaag de dag in een door ICT op de kop gezette wereld, blijven we hangen in techniek en komen we niet of nauwelijks toe aan waar het echt om draait. Rechtzetten is de enige vruchtbare optie. De tijd is er meer dan rijp voor.

 

29. Op LinkedIn maakt G melding van De nieuwe versie van CORA, de architectuur voor corporaties. Daarop ontstaat een discussie die ik begin met: Is het niet reuze merkwaardig dat waar de samenleving de afgelopen decennia tot-en-met ontzuild is geraakt… allerhande CORA’s, NORA’s en weet ik wat voor RARA’s als nieuwe megaZuilen ontstaan om… tja, om wat eigenlijk? Om weer te… ontzuilen. We zouden dit soort zgn. ‘ontwikkelstappen’ natuurlijk ook gewoon kunnen… overslaan.

G reageert daar op met een soort van, zeg maar even, wegwuif-reactie van a. te lastig en b. dat komt later nog wel. Mijn reactie:

Een briljante start voor een vruchtbare redenering: “Als je over sectoren heen kijkt”. Precies! Gewoon d’r overheen kijken!!! Dan kun je dit soort ontwikkelstappen overslaan en een werkelijke doorbraak maken. Met je toevoeging “dan wordt het wel erg lastig” help je je eigen – o zo vruchtbare redeneringsstart zo genadeloos en ook nodeloos om zeep. Dat je je daarna “wel [kunt] voorstellen dat als we verder in tijd zijn”… probeert de vroegtijdige dood van die redenering slechts zwakjes te verdoezelen….

G zet zijn wegwuif-reactie onverdroten voort; komt met een handvol (best wel) imponerende termen – heeft de klok naar mijn idee helder horen luiden, maar blijft op onmogelijke plaatsen naar klepels zoeken.

G, laten we ons grondig realiseren dat informatie (je weet wel, dat goedje waar het klanten feitelijk om draait) zich he-le-maal niets aantrekt van allerhande opsluitbanden (sectoren, domeinen, …) die mensen met recht en reden verzinnen (organisatorisch, financieel, branche, …). Of je nu binnen een bepaalde zelf gekozen ‘doos’ kijkt of over zo’n ‘doos’grens heen… overal zie je verschillen en overeenkomsten. En die weerspiegelen zich uiteraard ook in de informatie erover.

Wat dus eerst en vooral nodig is… is een ont-‘doosde’, systematische informatie-architectuur (infrastructureel van aard) waarin de informatische verschillen en overeenkomsten helder worden. Daarop sluiten vervolgens technische architecturen netzo infrastructureel aan. Op die basis positioneer je aansluitend duurzaam allerhande meer specifieke, toepassingsarchitecturen.

Dan besluit G om naar een voorbeeld/eerste opzet van een systematische informatie-architectuur te vragen zodat die in een “community” verder uitgewerkt kan worden.

G, ja, hoor – kijk maar naar de informatie aanwezig op Information Roundabout. Maar – tip – doe het ajb pas wanneer je tijd en rust hebt om er eens even echt voor te gaan zitten.

Daarop sluit G zijn aandeel in de discussie vriendelijk af: “ik denk dat ik je begrijp […]”. Ik reageer/probeer nog één keer; laatste poging:

Het draait, kort door de bocht, om informatie die zodanig is georganiseerd (systematisch) dat zich dynamisch ontwikkelende en ook nog eens heel verschillende personenverbanden (dus: over afdelings-, organisatie-, sector-, branche-, verenigings-, stam-, club- en wat-voor-grenzen-dan-ook-maar heen) er door de tijd heen situationeel en duurzaam hun wisselende informatiebehoeften mee kunnen bevredigen. Dergelijke informatie-architectuur – die door en door infrastructureel is en de systematische inname en uitgifte van informatie waarborgt – vormt duurzame basis voor een multitude aan heel diverse toepassingen.

Inmiddels voegde F in op de discussie – met een vreselijk mistgordijn: CORA zou werken zoals ik het schets….

F, ik ben reuze benieuwd naar jouw nadere uitleg aangaande je opmerking “Wat leuk dat CORA werkt zoals jij schetst!” Daarbij ben ik eerst en vooral geïnteresseerd in de manier waarop met name de systematische informatie-architectuur er een plaats in heeft. In welk CORA-document (en op welke pagina’s) wordt daar naar jouw idee concreet invulling aan gegeven?

F is zo eerlijk te bekennen dat hij CORA vooral gebruikt om zijn jongerejaars studenten bedrijfskunde duidelijk te maken dat er zoveel meer te bespreken valt dan alleen maar die o zo dominante technologie.

F, dank je wel voor je nadere uiteenzetting. Ja, klopt, afhankelijk van waar iemand staat en de route die hij/zij aflegde om er te komen, kan een bepaalde nadere ontwikkeling zich als een “openbaring” aandienen. En, ja, op zo’n manier kan iets als een CORA voor zo iemand op een bepaalde manier één en al “systematische informatie-architectuur” ademen. Mooi.

De “ont-doos-ing” waar ik het over heb, ligt op een ander vlak. Ik oriënteer me primair op de “ont-doos-ing” (systematisering) van informatie zelf zodat met verschillende “applicaties” en met verschillende “bedrijfsprocessen” en met verschillende “bedrijfstaken” en met verschillende … (vul maar in) op basis van dezelfde ont-doos-de informatie verschillende “bedrijfsdoelstellingen” heel gevarieerd bereikt kunnen worden. Dat vereist een kwalitatief andere; een infrastructurele organisatie van informatie. En die tref ik in CORA niet aan (ook niet in aanleg) – maar, wie weet, heb ik iets over het hoofd gezien.

En dan wordt het stil; de aandacht is verdwenen. In de mist, denk ik.

 

30. R, met name de 5e door jou gesignaleerde trend spreekt me aan. En dat mondde uit in de column: Zijn processen overbodig?

 

31. Ja, R, klopt: er zijn – al sinds jaar en dag – van die processen die lopen zoals ze lopen. Dat soort processen verandert niet of nauwelijks en leveren daarmee de vastigheid (soort van traditie) waarop allerhande vluchtigheid (soort van mode) haar altijd variërende en ook gevarieerde kunsten vertoont. Sommige van die kunsten worden opgemerkt, gewaardeerd, blijven hangen en komen op de één of andere manier in traditie terecht.

Alleen… de verhouding tussen vast en vluchtig verandert en veranderde de afgelopen jaren sterk – naar mijn idee. En dat maakt dat het goed is dat we ons diepere vragen stellen – om tot crux door te dringen. Proces? Activiteit? Informatie? En dan blijkt dat wanneer je bij het begin (in-formatie dat immers overal aspect van is) begint… je gemakkelijk tot veel grotere flexibiliteit kunt komen dan nu mogelijk is.

 

32. P (op LinkedIn), alles heeft zo zijn nut. En onnut. Dat natuurlijk ook. De vraag is eigenlijk waar je processen goed (voor) kunt gebruiken – en waar(voor) niet. Daar denken we naar mijn idee helemaal niet over na. Nee, we hangen gewoon alles op aan processen. Dat is vandaag de dag nog altijd erg in de Mode. Alleen… hoe zinvol is het om (maatschappelijke, bedrijfs-, afdelings-, …) informatieverzamelingen te richten op veranderlijke processen? Wanneer vormen processen een (voldoende) goede basis – en wanneer (vrijwel) niet?

Wellicht kun je een bedrijf niet (goed) inrichten zonder processen… maar haar informatieverzamelingen worden veel robuuster als we daarvoor de processen als basis verlaten!

Trouwens, ik zie jou veelvuldig in de weer met/voor Open Data. Is het met Open Data-verzamelingen niet bij uitstek zo dat ze er zijn/komen zonder dat men daarbij een bepaald proces op het oog heeft? Is het niet de uitgesproken bedoeling dat zo’n Open Data verzameling binnen/ten behoeve van – in principe – welk proces dan ook maar kan worden ingezet? En is het niet simpelweg zo dat naarmate men zo’n Open Data verzameling stelselmatiger organiseert… het toepassingsbereik ervan navenant toeneemt?

 

33. Het EPD zeurt maar door…. Heeft vandaag de dag niet elke persoon zoiets als een zorgpas? Is dat niet (al bijna) een uitermate handig toegangsmiddel?

In geval zo’n persoon een zorgverlener toegang wil geven tot de medische-zorg-gegevens waar de zorgverlener om vraagt, steekt zijn zorgpas in de paslezer van de zorgverlener, toets z’n pincode en de toegang is een feit. De persoon kijkt mee en ziet wat de zorgverlener zoal opvraagt, Wanneer de persoon zijn/haar pas er weer uit haalt, raakt de toegang per direct weer geblokkeerd.

 

35. H (op BlogIT), alles heeft zo zijn nut. En onnut. Dat natuurlijk ook. De vraag is eigenlijk waar je processen goed (voor) kunt gebruiken – en waar(voor) niet. Daar denken we naar mijn idee niet of nauwelijks over na. Nee, maar al te vaak hangen we gewoon alles op aan processen.

Merk op dat ik niet voor of tegen processen ben. Merk ook op dat ik me nadrukkelijk beperk tot het informatische aspect en dat processen er v.w.b. dat informatische aspect steeds vaker steeds minder toe doen. Het is goed mogelijk dat je een bedrijf niet (goed) kunt inrichten, bedrijven enzovoort zonder processen… maar haar informatieverzamelingen worden veel robuuster en het toepassingsbereik ervan wordt veel ruimer als we v.w.b. het informatische aspect de processen als vertrekpunt verlaten! Dan kan de organisatie van informatie zich onafhankelijk gaan ontwikkelen van de organisatie van de organisatie. Wow! Zo krijg je agility simpelweg cadeau! En schaalbaarheid ook. Informatieverzamelingen passen dan vanzelf ook bij zowel kenniswerkers als vaste-proces-werkers.

 

36. H, dank je wel voor je verhelderende en aanvullende commentaar. Nogmaals, ik heb niets tegen processen. Wel ben ik tegen het primaat dat mensen zo klakkeloos aan processen geven. Wie voor zijn ‘gedoe’ het proces stelselmatig als vast verdwijnpunt kiest, beperkt zich daarmee veel te veel in wat hij/zij op het doek aan moois kan laten verschijnen.

Het draait – altijd en overal/in tijd en ruimte – om mensen. Mensen die altijd – geen uitzonderingen – van moment naar moment en van situatie (case) naar situatie (case) leven. Mensen die elkaar direct en indirect op legio manieren zo heel variërende tekens (informatie) geven. Dat staat, naar mijn idee, centraal. Daaromheen kan natuurlijk van alles en nog wat (door mensen) worden bedacht en ingericht. Processen, bijvoorbeeld. Prima! Maar wie zoiets als processen centraal stelt… die mist iets… die kiest vandaag de dag een niet al te productief verdwijnpunt. Dat heeft wel iets van het hanteren van een plat wereldbeeld. Een wereldbeeld waar, vergeet dat niet, best mee valt te leven – zij het dat de aanhanger ervan daarmee wel één en ander aan mogelijkheden ongebruikt laat liggen.

Kijk eens, als je wilt, naar onze infrastructuur voor fysiek verkeer. Die infrastructuur is niet met het oog op jou of mij of wie-ook-maar in het bijzonder gemaakt. Totaal niet. En het is precies daarom dat die infrastructuur zich dag in dag uit zo ongelooflijk soepel voegt naar ieders variërende en ook zo gevarieerde vervoerswensen – als onderdeel van welk proces dan ook maar.

Laten we nu, denkendeweg, overstappen op zoiets als infrastructuur voor informatieverkeer. Ook zo’n infrastructuur is niet met het oog op jou of mij of wie-ook-maar in het bijzonder gemaakt. Totaal niet. En het is precies daarom dat die infrastructuur zich dag in dag uit zo ongelooflijk soepel voegt naar ieders variërende en ook zo gevarieerde informatiewensen – als onderdeel van welk proces dan ook maar.

Wanneer we, om te beginnen, informatie infrastructureel zouden gaan organiseren… komt die informatie a. los van specifieke processen te staan en wordt diezelfde informatie b. tegelijk algemeen bruikbaar voor welk proces dan ook maar. Vergeet ajb niet dat het de specifieke processen zijn die ‘hun’ informatie steeds weer dwingen in ‘hun’ proces-specifieke structuren die alleen maar voor dat ene specifieke proces optimaal bruikbaar zijn. Als het proces verandert… en dat gebeurt steeds vaker en sneller… moderne netwerkmaatschappij… moet er (al)weer gesleuteld worden aan de proces-specifieke informatiestructuur annex software.

Ja, klopt, infrastructureel georganiseerd worden “gegevens/informatie verzamelingen zo krachtig […] dat je deze niet meer in een proces hoeft te stoppen”.

 

37. De term die me tijdens de terugreis regelmatig door het hoofd schoot: “infrastructureel geëngageerd” – en dan met name de afwezigheid ervan. Vrijwel niemand ziet dus (in) waar wij ons druk over maken. Hoe verbeteren we dat infrastructurele engagement? Hoe krijg je zoiets als infrastructureel engagement van de grond?

 

38. Elk mens (of-tie nu ambtenaar is of niet) kan – natuurlijk – altijd worden aangesproken op zijn/haar (taal)gedrag.

Geen mens (of-tie nu ambtenaar is of niet) zou er moeite mee moeten hebben om verantwoording af te leggen m.b.t. zijn/haar (taal)gedrag. Hij/zij doet of zegt immers toch niet zo maar wat? Omdat het ‘gewoon’ leuk is – bijvoorbeeld?

Wie (taal)gedrag vertoont, loopt altijd het (weloverwogen) ‘risico’ van waarneming. Al sinds mensenheugenis. En van waarnemers (of ze nu ambtenaar zijn of niet) weet iedereen – al was het maar uit eigen ervaring – dat zij betekenis aan hun waarneming geven door die te situeren in een context. En contexten variëren gemakkelijk en snel in moderne informatiemaatschappij – ook worden die contexten steeds gevarieerder. Toenemende dynamiek enzo.

Wie kaatst mag verwachten dat er ballen zijn/haar kant op komen. De kaatser (of-tie nu ambtenaar is of niet) die vindt dat er wat al te veel en/of al te grote ballen zijn/haar kant op komen – wellicht onverwacht zelfs – heeft mogelijk (veel) te weinig kaas gegeten van kaatsen.

Tijd voor (grondige) reflectie. Want digitaal kaatsen is reuze laagdrempelig. Daarbij is het aantal digitale waarnemingsposten vandaag de dag schier oneindig. En er zijn eigenlijk altijd wel ‘hoekjes’ te vinden die te porren zijn voor geanimeerd balspel. Met wat amateur-kaatsers in de buurt krijgt zo’n spel in no time alle trekjes van een heuse flipperkast.

Een beetje digitaal kaatser (of-tie nu ambtenaar is of niet) denkt natuurlijk goed na over bijvoorbeeld de agora/arena-verhouding van/tussen de doelgroep(en) waar zijn/haar boodschap landt en past boodschap, verpakking, kanaal enzovoort daar bewust op aan. Uiteraard met het oog op het te sorteren effect; hij/zij roept per slot van rekening niet zomaar iets. In alle vrijheid – natuurlijk; dat spreekt voor zich.

De doorgewinterde digi-kaatser (of-tie nu ambtenaar is of niet) verwart zijn/haar felbegeerde vrijheid van meningsuiting natuurlijk niet met het, ik chargeer, in het wilde weg rondtoeteren van zomaar wat ideeën. De veelal ongeremde ballenregen die dat vandaag de dag zo gemakkelijk oplevert, is doorgaans niet of nauwelijks te beheersen en/of te behappen – voor niemand.

Laatste open deur: ook degenen die (of ze nu ambtenaar zijn of niet) met ballen gooien zijn, natuurlijk, kaatsers. Kaatsers die ballen(regens) mogen verwachten. Het blijft, hoe we het ook wenden of keren, een zaak van evenwichtige onderlinge balspel-verhoudingen, waarbij sommigen – in alle vrijheid; zeker – nu eenmaal bredere contextuele afwegingen hebben te maken dan anderen.

(in reactie op: De zaak-@lsinke. Fout of recht?)

 

39. Ja, zo’n idee (The extended employee) resoneert bij mij wel…

De (rechts)persoon als klant van andere, variërende en ook heel gevarieerde, (rechts)personen ter invulling van zijn (rechts)persoonlijke behoeften. De (rechts)persoon als leverancier ter invulling van behoeften van andere, variërende en ook heel gevarieerde, (rechts)personen. Iedere (rechts)persoon fungeert als knooppunt in een zich dynamisch ontwikkelend netwerk aan (in)direct verbonden (rechts)personen.

Op zo’n manier raken organisaties steeds meer ‘unbundled’. Hun relevante functies raken meer en meer gedistribueerd over netwerk aan (rechts)personen. Organisaties worden kleiner. Alleen de (heel) specifieke services, the core van de business blijven (nog) over. De overige, meer algemene services worden overgelaten aan ‘de markt’; aan andere leveranciers. Zo raakt iedere (rechts)persoon op unieke wijze verwikkeld en verbonden in/met netwerk aan andere (rechts)personen. De organisatie ‘zit’, heel flexibel, ergens in het netwerk, want relevante functies wisselen natuurlijk door de tijd heen.

Organisaties werken allemaal mee. Medewerkers organiseren zich. Niet alleen de (traditionele) medewerker is een vervagend begrip; de (traditionele) organisatie ook. En de (traditionele) markt ook.

Alleen… dan ‘moet’ de informatievoorziening voor die nieuwe veelheid aanknooppunten wel op een radicaal andere leest worden geschoeid. Ieder knooppunt z’n eigen biztalk-je… en het onderhoud aan een explosief toegenomen hoeveelheid integraties.... Nee, dat werkt niet meer. Die nieuwe opzet vereist aparte informatieknooppunten – heuse informatierotondes, zeg ook maar – die andere knooppunten op stelselmatige wijze voorzien van informatie in door hen gewenste, variërende en ook heel gevarieerde, combinaties.

 

40. Ja, mee eens, de hand-elingsschaal ontwikkelt zich meer en meer in de richting van de (organisatie van de) individuele (rechts)persoon. De (rechts)persoon die – onderling afhankelijk als hij/zij daad-werkelijk is – zich meer en meer soepel verbonden onderdeel weet van dat grotere dynamische geheel, dat grotere weefwerk aan verbindings-knooppunten. Knooppunten waar je je als schakel in het netwerk gemakkelijk aan- en weer afschakelt. De unbundling uit oude, rigide en knellende gevangenissen/organisaties tot een veelheid aan nieuwe, variërende en ook heel gevarieerde ‘bundlings’ – tot tal van nieuwe, wisselende informatieruimten waar het prima toeven is – totdat de (rechts)persoon zich om hem/haar moverende redenen weer uit-schakelt om weer elders aan te haken.

Dat geschakel lukt alleen als (rechts)personen (knooppunten) elkaar voldoende begrijpen. Toenemend begrip en waardering leiden tot sterkere schakelingen. Barrières als onbegrip, verwarring enzovoort leiden (uiteindelijk) tot afschakelen – en het zoeken van nieuwe verbanden (knooppuntstelsels) met aantrekkelijker ‘barrières’.

Tekenverkeer (informatieverkeer, zeg ook maar) tussen (rechts)personen speelt daarbij – bij het elkaar begrijpen – een wezen-lijke rol. (Rechts)personen wisselen voortdurend signalen uit die door andere (rechts)personen kunnen/zullen worden waargenomen, opgepikt, door context (ook weer signalen) van betekenis voorzien en zo door naar gedrag (weer nieuwe signalen). Eindeloos.

Hoe leid je zulk tekenverkeer… tekenverkeer dat die nieuwe netwerken – ‘vol’ met dynamisch verbonden (rechts)personen, ja, van die extended employees, laat ontstaan, groeien en gedijen… in goede banen? Hoe faciliteer je tekenverkeer op die schaal optimaal? Dan, ja, dan komen informatierotondes toch onontkoombaar om de hoek kijken. Op traditionele wijze gaat dat niet meer lukken. Onmogelijk.

Inderdaad, “[h]et speelt allemaal.”

 

41. Ik kan je geruststellen. MenSen onthouden àlles – al sinds menSenheugenis; menSen zijn – naar hun aard tot-en-met telepathisch; menSen zien hun verstand als – slechts – een hulpmiddel en bergen het na gebruik snel weer op (menSen zijn vrij van het idee dat Descartes zo valselijk verspreidde en zo gemakkelijk en zo diep ingang vond). En IT…? IT is he-le-maal niet nodig. Nee. Als ik jou goed begrijp, reken jij jezelf in ieder geval niet tot de groep menSen.

Tot zover mijn (poging tot) geestverruimende bijdrage aan jouw leading sentences. Tot welke groep je jezelf ook rekent… na je “Stel”-intro blijven, naar mijn idee, nog steeds twee oriëntaties open.

Je kunt het, zeg maar even, verdwijnpunt ‘technologie’ kiezen. Vandaaruit kun je een heus (wereld)beeld opspannen. Neem bijvoorbeeld tablet en smartphone – met daarop steeds meer en ook steeds specifiekere apps. Een app voor elke denkbare situatie. Een app ook voor elke smaak. Al doende verzamelt ieder mens zijn/haar eigen persoonlijke app-mix: zo goed en zo kwaad als het gaat en geheel toegesneden op eigen individuele smaak en specifieke levenssituaties.

Je kunt ook het zo natuurlijke, het zo in-he-rent mènselijke verdwijnpunt ‘informatie’ kiezen. En ook vandaaruit kun je een compleet (wereld)beeld opspannen – een(wereld)beeld waarbìnnen technologie ook een (belangrijke) eigen rol speelt. Ja, techniek dient de mens – en doet dat al sinds mensenheugenis (vraag het maar aan die lui die hier ooit in beestenvellen rondliepen).

De vraag is nu even welke oriëntatie jij met de door jou zelf op het toneel gehesen Extended Employee hanteert. Mijn indruk is dat de technologie-oriëntatie jou het meest op het lijf (in de geest) geschreven is. Mijn oriëntatie is echter een andere; de informatie-oriëntatie.

Vroeger ‘wist’ men dat de aarde plat was. Ondanks de enorme beperkingen die dat met zich meebracht, viel daar uitstekend in/mee te leven! Toen het (wereld)beeld langzaamaan kantelde, verruimde de menselijke handelingsruimte zich op ongekende wijze voor hen die de mogelijkheden ervan vermoedden en exploreerden. En ook degenen die zich bij die nieuwlichterij niets konden/wilden voorstellen… konden op hun gewone, plat gedachte en beleefde aarde nog altijd prima toeven.

Zo is het ook met de informatie-oriëntatie. Da’s een ruimere oriëntatie dan de technologie oriëntatie. De informatie-oriëntatie omvat de technologie-oriëntatie volledig en sluit die in het geheel niet uit. Zoals ook een platte aarde (op allerhande manieren) in een bolle aarde ‘past’ en een bolle aarde de platte beschouwings- en beleefwijze geheel omvat zonder die uit te sluiten.

Als mijn indruk klopt dat jij sterk vanuit een technologie-oriëntatie denkt en werkt… en vandaaruit jouw Extended Employee a.h.w. aankleedt… meen ik goed te begrijpen dat jij niet “[snapt hoe [een informatierotonde] bijdraagt.” Dat vergt immers een ruimere oriëntatie – waarvoor je dan toch eerst iets aan oriëntatie-verruiming zou moeten doen. Het is de vraag of je zo’n experiment mogelijk/wenselijk acht.

 

 

 

Oktober t/m december 2012, 2012 © Jan van Til